Welkom Bezoeker

Muset wil door haar activiteiten kinderen en volwassenen interesseren voor de verschillende kunstdisciplines en de diverse facetten. Door het plaatsen van deze weblog wil Muset de aandacht vestigen op Kunst & Cultuur in de breedste zin van het woord. De informatie kan gaan over bekende en minder bekende kunstenaars, afficheontwerpers, design, poëzie, schrijvers. Kunst op postkaart, posters, tweedehands boeken beeldende kunst en originele kunst is te vinden in de Art Gallery van Muset www.postersquare.com

Meer aandacht voor kunstenaars, illustrators, designers brengt De Kaartenkoerier. Kunst op de Postkaart is een belangrijke insteek om op eenvoudige wijze kunst te promoten.


KUNST GEEFT NIET ZICHTBAAR WEER, MAAR MAAKT ZICHTBAAR (Paul Klee)



zaterdag 4 augustus 2018

Lyonel Feininger Kunstschilder en Karakturist


Lyonel Feininger was een Amerikaanse kunstschilder en karikaturist. In het werk van de kunstenaar zijn sporen van kubisme, expressionisme, maar ook van het maniërisme zichtbaar.


Lyonel Charles Feininger (17 juli 1871 - 13 januari 1956) was een Duits-Amerikaanse schilder en een leidende exponent van het expressionisme. Hij werkte ook als karikaturist en stripartiest. Hij werd geboren en groeide op in New York City en reisde op 16-jarige leeftijd naar Duitsland om  kunst te studeren en  te perfectioneren. Hij studeerde aan de Königliche Kunst-Akademie van 1888 tot 1992 in Berlijn.  Zijn carrière als cartoonist begon in 1894 en had veel succes op dit gebied. Hij was 20 jaar lang een commerciële karikaturist voor tijdschriften en kranten in de VS en Duitsland. In 1909 trad Feininger toe tot de “Berliner Sezession”


  
In 1911 maakt de kunstenaar in Parijs kennis met het kubisme, die nieuwe dimensies aan zijn werk toevoegden.  Zijn eerste solotentoonstelling vond plaats in 1917. Walter Gropius nodigde Feininger uit in 1919 naar het Bauhaus waar hij tot 1926 grafische kunst en schilderkunst te doceerde. Samen met Wassily Kandinsky, Paul Klee en Alexej von Jawlensky richtte Lyonel Feininger in 1924 de groep “Die Blaue Vier” op.



In 1937 verhuisde Lyonel Feininger naar New York.  Datzelfde jaar werden meer dan 400 van zijn werken geconfisqueerd door de nazi's in Duitsland. Feininger moest wachten op zijn doorbraak als kunstenaar in de VS tot 1944, toen hij een succesvolle retrospectieve expo had in het New York Museum of Modern Art.



Op 36-jarige leeftijd begon hij fijne kunst te beoefenen. Door hem werden een groot aantal fotografische werken tussen 1928 en het midden van de jaren 1950 geproduceerd. De meeste hiervan bleven in zijn vriendenkring.
Vanaf 1945 hield Feininger een zomercursus aan het Black Mountain College in North Carolina, waar hij Gropius en Einstein ontmoette. Feininger's lessen, zijn teksten en latere aquarellen zetten een trend in voor de ontwikkeling van de abstract expressionistische schilderkunst in de VS.

Naast zijn werk als kunstenaar was hij ook pianist en componist. Verschillende pianocomposities en fuga's voor orgel kwamen van zijn hand.



#Kaartenwinkel en Poster Art Gallery van Muset

zondag 29 juli 2018

Cornelis Jetses, de kunstenaar onder de illustratoren


Cornelis Jetses ( 23 juni 1873, Groningen – 9 juni 1955, Wassenaar) was een Nederlands illustrator. Jetses werd vooral bekend door zijn gedetailleerde illustraties in schoolboeken, schoolplaten en historische prenten. Hij werkte tevens als boekbandontwerper.   



De tekenaar groeide op in een armoedig steegje in Groningen. Zijn tekenaanleg werd al vroeg ontdekt. Op de Lagere School mocht hij kaarten voor de aardrijkskundeles tekenen, die aan de muur werden gehangen. Via enkele heren die een fondsje beheerden,  kon Jetses een avondopleiding in tekenkunst en opleiding lithografie aan de Akademie Minerva in Groningen volgen. Hij verhuisde in 1894 naar Bremen, waar hij een opleiding aan de Kunstgewerbeschule voltooide.
Een jaar later trad hij in dienst bij de historieschilder Arthur Fitger (Horn).  Tijdens dit dienstverband werkte Jetses mee aan de uitvoering van muur- en plafondschilderingen, zoals in het Hamburger Rathaus, de Bremer Concertzaal en het Schloss Oldenburg. Op advies van Fitgers volgde Jetses twee jaar colleges aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam.

In 1901 kreeg hij zijn eerste opdracht van de Uitgeverij J.B. Wolters. Voor deze opdrachtgever heeft de illustrator Jetses meer dan 50 jaar schoolboeken en ander onderwijsmateriaal geïllustreerd. Het bekendste hiervan zijn het boek van ‘Ot en Sien’ en de ‘leesplank’ (aap, noot, mies). Veel van de door hem getekende historische wandplaten en platen voor het zaakonderwijs waren vroeger in elke school voor Lager Onderwijs te vinden. Jetses verdiepte zich altijd terdege in de afgebeelde zaken, en ging deze liefst eerst zelf bekijken.


Behalve het schilderen van historische taferelen in en op gebouwen, deed Jetses werk in andere richtingen. Voor een catalogus van de Meubelfabriek Nederland had hij kamerinterieurs getekend.
In tal van boeken zoals  Afke's Tiental van Nienke van Hichtum (Troelstra's eerste vrouw), Dik Trom het Groot Vertelboek, het Oude en het Nieuwe Testament van Anne de Vries zijn de illustraties van Jestses te vinden..



Het knappe van Jetses is dat hij al die bezigheden in één beeld weet te vatten, zonder dat het onmogelijke ervan meteen stoort’

(Bron Volkskrant 2009) Jetses’ stijl verraadt zijn achtergrond als lithograaf. Hij gebruikt heldere kleuren en een klare lijn, als was hij een striptekenaar. Alles wordt scherp verbeeld, om te bewerkstelligen dat geen detail voor de schoolkinderen verloren gaat. En hij slaagt erin dat levendiger en met een fraaiere compositie te doen dan veel van zijn tijdgenoten. Het moet de reden zijn waarom we juist Jetses nog kennen.
Bijzonder aan Jetses is dat hij, hoewel een zeer kundig tekenaar, zich nooit met eigen ‘vrij’ werk heeft beziggehouden. Alles tekende hij in opdracht. Hij exposeerde niet met schilderijen of tekeningen. Alle kunstzinnige stormen van de eerste helft van de twintigste eeuw gingen aan hem voorbij.

Pim en Mien, Voorloper van Ot en Sien

#Kaartenwinkel en Poster Art Gallery van Muset
Kunst-, Thema-, Nostalgie-, Affichekaarten, Tweedehands boeken

zaterdag 21 juli 2018

Edward Hopper, Amerikaanse schilder en graficus


Edward Hopper, Amerikaanse schilder en graficus geboren 22.07.1882, Nyack bij New York - overleden 15 maart 1967 in New York. Hij wordt algemeen beschouwd als één van de belangrijkste realistische schilders van Amerika in de twintigste eeuw.



Hopper is de schilder van de eenzaamheid, verlatenheid, het onvermogen tot communicatie, de onmogelijkheid van menselijke contacten, van de verveling.

Hopper bezocht een particuliere school en behaalde een diploma aan de middelbare school in Nyack. Hij studeerde van 1900 tot 1906 commerciële kunst aan de New York School of Art. Na zijn studie werkte Edward Hopper als illustrator een jaar bij C.C. Phillips & Company. Van 1906 tot 1910 maakte hij lange reizen naar Europa, voornamelijk Parijs, waar hij straattaferelen in een impressionistische stijl schildert. Tijdens deze reizen bezocht hij Frankrijk, Engeland, Nederland, Duitsland en België. Tijdens zijn reizen naar Europa zal hij niet door het daar overheersende kubisme beïnvloed worden, maar wel door schilders als Velazques en Goya.



Het werk van Hopper toont een realisme dat geen exacte weergave is van hetgeen we kunnen zien, maar geeft daar een bewerking van. In bijna al zijn schilderijen speelt eenzaamheid een grote rol. Velen bewonderen zijn werk om de compositie, de vorm en de lichtwerking. Hij schilderde vooral Amerikaanse Landschappen en steden waarin de mens geen belangrijke rol speelt. Het realisme van Hopper heeft grote invloed gehad op de Amerikaanse schilderkunst van de jaren zeventig (Pop Art).

Edward Hopper had veel belangstelling voor architectuur. Dit thema komt dan ook veel voor in zijn werk. Hij koos niet alleen voor de buitenkant van huizen, maar schilderde ook veel interieurs. Hij had een grote voorliefde voor details als daken en trappen. Mensen komen in deze schilderijen alleen voor als stille getuigen. De geheel eigen stijl van Edward Hopper werd beïnvloed door alle Avant-Gardebewegingen in Europa en de  VS.

De hoofdthema's in zijn werk waren de moderne samenleving en vooral de verstedelijking, de anonimiteit van de stad en de buitenissigheden van de Amerikaanse architectuur.

Naast New York schilderde Hopper ook taferelen van New England. Maar het desolate primeerde altijd. Eenzame figuren worden vervangen door verlaten huizen, benzinestations, vuurtorens. Het anonieme van de grootstad vervangt hij door het armoedige platteland. Geometrische lijnen en vlakken domineren zijn oeuvre; zijn aandacht ging ook vooral naar architecturale elementen. Zijn figuren zijn altijd geïsoleerd, non-communicatief.
Voorgevels van warenhuizen, bioscopen, eethuizen - dingen die nog geen enkele kunstenaar zijn aandacht waardig had gevonden.
Hier distilleert Hopper uit de vertrouwde elementen van een gewone straat een spookachtige verlatenheid. Deze rust is slechts tijdelijk; er schuilt verborgen leven achter de gevels. Naast poëzie is er ook een indrukwekkende formele discipline: de brandkraan en de stok voor de kapperszaak zijn strategisch geplaatst; subtiele variatie bij de behandeling van de rij ramen; de nauwkeurig berekende straal invallend zonlicht; het verfijnde evenwicht van de verticale en horizontale vlakken

Hopper ontwikkelde zijn typische stijl in de jaren '20 en wijzigde die daarna nauwelijks. Hoewel Hopper leefde tijdens het hoogtepunt van de abstracte kunst, bleef hij trouw aan de tradities van de figuratieve kunst.
Bron:  Kunstbus
#Kaartenwinkel en Poster Art Gallery van Muset



zaterdag 30 juni 2018

KUNSTENAAR ADOLPH MENSEL BEHEERSTE KUNST VAN LICHTWERKING


Adolph Menzel was een schilder met een losse penseelvoering en veel aandacht voor lichtwerking in een realistische stijl.
Adolph  Friedrich Erdmann (von) Menzel werd  geboren in 1815 in Breslau (Wroclaw -Polen), en overleed op 9 februari in Berlijn. Hij was een Duitse kunstschilder, tekenaar en illustrator. Aanvankelijk maakte hij veel portretten en landschappen. Schilderde met een losse penseelvoering en had veel aandacht voor lichtwerking in een realistische stijl, die vooruit lijkt te lopen op het impressionisme. Later zou hij vooral naam maken met schilderwerken die de Pruisische macht verheerlijkten.
In 1830 verhuisde zijn familie naar Berlijn. Van 1833-1834 volgde Adolph Menzel lessen aan de Royal Academy of Art. Daar ontmoette hij de behangfabrikant Carl Heinrich Arnold, die een vriend en beschermheer zou worden.
Souper
Succes als kunstenaar kwam naar Adolph Menzel met een opdracht van de kunsthandelaar en uitgever Louis Sachse om een ​​reeks lithografieën te maken over Goethe's "Künstlers Erdenwallen".
In 1838 werd hij toegelaten tot de "Elder Artists 'Association". Een jaar later kreeg Adolph Menzel de opdracht om de 'Geschiedenis van Frederik de Grote' van Franz Kugler te illustreren.
In 1839 nam Adolph Menzel kennis van de schilderijen van Constable ( Engels landschapschilder en aquarellist van het romantisch realisme). In de ban van de afgebroken 1848-revolutie in Duitsland startte Adolph Menzel een geschiedenisschilderij  "Aufbahrung der Märzgefallenen" dat nooit werd voltooid.
In 1849 begon Menzel aan een cyclus van schilderijen over het leven en de prestaties van Frederik de Grote. In 1850 voltooide Menzel een van zijn bekendste schilderijen van de grootste vorst van de Verlichting, "Frederik de Grote met vrienden aan tafel".


Menzel ging in 1855 voor het eerst naar Parijs om de Exposition Universelle te bezoeken en zag het "Pavillon du Réalisme" van Courbet Gustave Courbet was een Frans realistisch schilder en een voorloper van het impressionisme). Hij keerde regelmatig terug naar de Franse hoofdstad.

De eerste uitgebreide tentoonstelling van het werk van Menzel was te zien in 1884, gevolgd door talrijke exposities in Duitsland en in het buitenland. Menzel was een kunstenaar die tijdens zijn leven veel respect kreeg voor zijn werk in eigen land en daar buiten. Zo ontving hij op zijn zeventigste verjaardag een eredoctoraat van de universiteit van Berlijn. Hij werd een ereburger van de stad Breslau, erelid van de Academie van Sint-Petersburg en nog later werd hij tot ereburger van Berlijn benoemd. De kuntenaar was tevens een lid van de Academies in Parijs en Londen.
De briljante carrière van de schilder werd bekroond met de decoratie van Ridder van de Zwarte Orde.
#Kaartenwinkel en Poster Art van Muset

zaterdag 23 juni 2018

KAARSLICHT EN CLAIR OBSCURE MAAKTEN GERARD DOU POPULAIR


 Gerard Dou, of Gerrit Dou, (7 april 1613 Leiden - 9-02-1675 Leiden (begr. 9 februari 1675)), Leidse schilder en tekenaar van portretten, stillevens, dieren, boerderij- en vanitasstillevens. Leerling van en aanvankelijk sterk beïnvloed door Rembrandt. Later werk toont meer eigen stijl: meer detail met transparante lichteffecten, vooral in zijn nachtstukken (met kaarslichteffecten). De kunstenaar is één van de belangrijkste Leidse fijnschilders. Zijn portretten en genrestukken over het leven van de gegoede burgerij waren populair.


Levensloop

Als zoon van een glasgraveur leerde Gerard Dou in eerste  instantie graveren en glasschilderen. Daarna ging hij twee jaar in de leer bij de glasschilder Pieter Couwenhorn. In 1625 werd hij  lid van het Leidse glasschildersgilde. Zijn vader deed hem in 1626 als 11-jarige in de leer bij Bartholomeus Dolendo.
Op 15-jarige leeftijd van 1628 tot 1631 ging Dou als leerling aan de slag bij bij Rembrandt. In de periode toen Dou in dit atelier werkte, hanteerde Rembrandt een precieze schilderstijl met een grote aandacht voor details. Van Rembrandt leerde hij met licht- en donkercontrasten werken. Detaillering en clair-obscur werden Dou's specialiteit. Zijn verfijnde schildertechniek oogstte in binnen- en buitenland bewondering. Zijn ’kaerslichten' werden razend populair.
Ook zijn andere werk - hij schilderde vooral genrestukken - gingen voor hoge prijzen van de hand. Zijn werk vertoonde zeker in het begin grote invloed van Rembrandt, zodanig zelfs dat het onderscheid soms moeilijk te maken valt. Net als zijn meester had kunstschilder een voorkeur voor de structuur van textiel en metaal. Bovendien maakte ook Dou regelmatig gebruik van clair-obscur. Nadat Rembrandt in 1632 naar Amsterdam was vertrokken vestigde hij zich als zelfstandig schilder in Leiden. 
Dou begon geleidelijk zijn eigen stijl te ontwikkelen. Hij ging steeds minutieuzer en gladder schilderen, bracht de verf soms op iconologisch wijze op het doek. Gerichte studies hebben aangetoond, dat het realisme van de afbeeldingen ook een symbolische betekenis heeft.

 
Grondlegger van het Fijnschilderen

Vanaf omstreeks 1640 legde de schilder zich toe op het vervaardigen van over het algemeen op klein formaat geschilderde genrestukken (taferelen uit het dagelijks leven). Hierbij ging hij zeer gedetailleerd te werk. Door die steeds grotere perfectie in de details wordt hij gerekend tot de 'fijnschilders'. Zijn verfijnde techniek bracht hem er zelfs toe zijn eigen penselen te fabriceren. Een gevolg van zijn grote aandacht voor het detail was wel dat zijn belang als portretschilder afnam: zijn klanten hadden gewoonweg niet de tijd om zo uitgebreid te poseren.
Volgens de biograaf Houbraken werkte Dou uiterst langzaam en zorgvuldig. 
Een anekdote vermeldt dat hij met schilderen wachtte tot het stof in zijn atelier was neergedaald. Zo kon geen pluisje zijn schilderij vervuilen.

In 1665 werd aan Dou een eenmanstentoonstelling gewijd. 27 werken van de fijnschilder werden tentoongesteld in het huis van de schilder Johannes Hannot. Alle kunstwerken waren afkomstig uit de verzameling van één man, de Leidse kunstverzamelaar Johan de Bye. Zijn zorgvuldige en gedetailleerde manier van schilderen maakte school. De kunstenaar kan dan ook beschouwd worden als de grondlegger van de zogenaamde Leidse fijnschilders 
Meer dan 200, over het algemeen kleine, werken, die over musea in heel de wereld zijn verspreid, kwamen van de hand van de schilder. Zijn werk is onder andere te zien in het Rijksmuseum, het Louvre in Parijs en de National Gallery in Londen.
Gerard Dou werd één van de succesvolste schilders van zijn tijd.

#Kaartenwinkel en Poster Art Gallery van Muset

donderdag 31 mei 2018

TECHNIEK BRON VOOR LICHTKUNST


De definitie van lichtkunst lijkt eenvoudig: kunst van of met licht. De variatie aan verschijningsvormen is eindeloos. Kunst met daglicht of met kunstlicht, licht in de openbare ruimte, een statisch beeld of een veranderlijke verschijning.
In de loop der jaren is de ontwikkeling van lichtkunst hand in hand gegaan met de technische en digitale ontwikkelingen. Wat begon als een medium in een afgesloten ruimte beweging en geluid zichtbaar te maken, werd uiteindelijk een steeds zichtbaarder onderdeel in de openbare ruimte.
Hoewel met de nieuwste technologie steeds meer mogelijk is, wordt lichtkunst juist meer organisch, directer en persoonlijker. De meest geavanceerde technieken worden ingezet  natuurlijk effecten te bereiken.

Blue Mantra - Thierry Ysebart


LICHTKUNST VAN HET EERSTE UUR
Louis-Bertrand Castel was als Franse wetenschapper begin van de achttiende eeuw bezig met het ontwerpen van een lichtorgel: een instrument met zestig gekleurde glasplaten en kaarsen. De glasplaten werden doorgelicht wanneer de bijbehorende toets werd ingedrukt. Schilderen met geluid noemde Castel dit. Zijn doel was doven ook muziek te laten horen.
Uiteindelijk mislukte zijn poging daartoe, maar zijn idee een instrument met licht te integreren bleef niet onopgemerkt.


Kort nadat het elektrische licht werd uitgevonden, hielden kunststromingen als Futurisme, Constructivisme en Bauhaus zich intensief bezig met lichteffecten.
Begin twintigste eeuw legden kunstenaars de nadruk op beweging door kunstlicht te projecteren op bewegende objecten. Door verschillend gevormde assen in diverse tempo’s rond te laten draaien, ontstond een spel van beweging van schaduwen door het licht teweeg gebracht. In 1922 ontwierp Laszlo Moholy Nagy het object ‘Licht-Ruimte Modulator’.

                                    Licht-Ruimte Modulator Laszlo Moholy Nagy
   
JAREN ZESTIG
In de jaren zestig van de vorige eeuw keerden kunstenaars als Robert Irwin, James Turell en Dan Flavin de abstracte kunst de rug toe en richtten zich op een zeer zintuigelijke manier van kunst beleven. Licht was hierin een belangrijk element. In hun werk kwam licht terug in de meest uiteenlopende vormen: van vuur tot floodlight en projecties tot neonlampen. 
                                                                       


Dan Flavin

François Morellet, afkomstig uit Frankrijk, kan beschouwd worden als een pionier in de lichtkunst. Zijn werk wordt gerekend tot de geometrische abstractie. In 1963 stelde de kunstenaar zijn eerste object ten toon, eerst met gloeilampen en later met neonbuizen. Gebruik van kunstlicht in de beeldende kunst zag hij als onontkoombaar. Dan Flavin had als visioen dat men met licht tot een heldere, rationele en  algemeen begrijpelijke  vormentaal kwam.


François Morellet en Keith Sonnier

In de periode van de Zestiger Jaren kwamen de ervaringen met het gebruik van licht centraal te staan. Kunstgroepen, zoals Zero, GRAV en EAT experimenteerden met installaties die puur om het licht draaien. Zo creëerde de Duitser Otto Pien in 1961 de installatie ‘Lichtballet’ 

LICHTKUNST UITGEGROEID TOT POPULAIRE KUNSTVORM
Steeds meer kunstenaars gaan zich specifiek meer met lichtkunst bezighouden. Johan van Zutphen ontwierp in 1975 een glazen vierkant waarvan ieder vlak hetzelfde gestreepte patroon had. Door de kubus te bewegen trad er een moiré-effect op.

Johan van Zutphen

Een nieuwe lichting lichtkunstenaars komt in het voetlicht. Een generatie die gebruik gaat maken van de uitvindingen van led- en laserlicht en de mogelijkheden die de digitalisering met zich meebrengt. Dat is onmiskenbaar in de werken, objecten en installaties van de
‘new wave’ kunstenaars te zien. Ze komen in aanraking met de nieuwste technische en digitale ontwikkelingen. De immer voortschrijdende technologie presenteert het lichtkunstminnende publiek op geavanceerde ‘kunstwerken’ .

                                                 Lotus Daan Roosegaarde
  
Velocity’  van Rombout Frieling laat zien dat voorbijsnellende auto’s kunnen worden ‘vertaald’ naar licht en geluid. Kunstenaar en innovator Daan Roosegaarde vindt dat lichtkunstwerk geavanceerd mag zijn, maar het moet door de aanschouwer wel heel
‘natuurlijk’ worden beleefd. Zijn ontwerp van de bloemachtige Lotus (2012), bestaand uit honderden lampen, slimme folie, sensoren, software en andere media, reageert op de aanwezigheid van mensen. Mooi en poëtisch.

                          Lichtkunst Rombout Frieling - Fotograaf Josh Redman

De lichtkunst is naar buiten getreden met een accent vooral op interactiviteit en grootschaligheid. Steeds wederkerende Lichtfestivals in verschillende steden verspreid over de hele wereld presenteren lichtkunstenaars de stad op hun mooist met een internationale ‘lichttaal’  

Kaartenwinkel & Poster Art Gallery van Muset

zondag 29 april 2018

POPPENSPEL BIJZONDERE DISCIPLINE OP THEATERPODIUM


Verhalen en gebeurtenissen verteld en uitgebeeld door poppen biedt de mogelijkheid het bereikbaar te maken aan een groot publiek. Door de eeuwen heen is dat altijd zo geweest. Poppenspelen bestaan al duizenden jaren en werden gebruikt om oude overleveringen en religieuze geschriften begrijpelijk te maken aan het publiek. Poppen hadden een educatieve functie. Ze brachten levenslessen en religieuze voorschriften aan de toeschouwers over.



Oermens als poppenmens
Culturen van poppenspelen bestaan overal op de wereld. De oudste bekende vorm ontstond waarschijnlijk in India. Echter ook in andere delen van de wereld ontwikkelde zich een poppencultuur. Rond de negende eeuw na Christus ontstonden Wayangpoppen in Indonesië. Deze poppenfiguren speelden in schaduwspelen religieuze en epische verhalen. Hopi-Indianen in Amerika hadden een poppencultuur, lang voordat de Europeanen in hun gebied arriveerden.

Poppen als mens
Door de pop op een mens te laten lijken, konden ze in deze vorm verhalen vertellen en gebeurtenissen uitbeelden. Een effectieve bijdrage in de poppencultuur was dat eenvoudige poppen marionetten werden met bewegende ledematen en gezichtsuitdrukking. Mens als pop of pop als mens. Marionetten verschenen waarschijnlijk voor het eerst in de vijfde eeuw voor Christus in Griekenland


Hopi-Mask - Wayangpop - Oude Marionetten 

Immaterieel Erfgoed
Wereldwijd hebben drie verschillende poppenculturen de status van Immaterieel Erfgoed, verleend door UNESCO. Naast de Javaanse Wayang en Japanse Bunraku staan de Italiaanse Marionetten op deze lijst. Binnen Europa is de Italiaanse Poppencultuur het bekendst. Op Sicilië ontstond deze cultuur onder invloed van de Rooms-Katholieke moraliteitsspelen. Doel van deze opvoeringen was het overbrengen van goed gedrag


 
Ridder Silezië - Bunraku Figuur

Poppen niet voor kinderen 
De realisatie van de poppen waren stuk voor stuk  resultaat van intensief handwerk en vaak kwetsbaar. Volledige opera’s werden opgevoerd door poppen. De marionettencultuur bereikte haar hoogtepunt in de achttiende eeuw. Marionetten en poppen werden net zo belangrijk als acteurs. Er heerste een overtuiging dat de menselijke acteur kon worden vervangen door poppen. In tegenstelling tot acteurs konden poppen bijvoorbeeld zonder problemen religieuze kleding dragen. Via de pop/marionet kon de poppenspeler gewaagde uitspraken doen. Goed bespeelde poppen hadden geen tekortkomingen.




Pinokkio
In de Italiaanse cultuur namen marionetten en poppen een belangrijke plaats in. Colledi schreef van af 1883 de bekende verhalen over Pinokkio. De verhalen waren een ode aan de Italiaanse cultuur en menigmaal opgevoerd in het poppentheater. Het hield de traditionele gedachte over goed gedrag in stand. Zijn verhalen maakten dat bereik- en herkenbaar aan kinderen en volwassenen.
In de tijd van Pinokkio was de Europese poppencultuur al over haar hoogtepunt heen. Poppen dolven het onderspit ten opzichte van acteurs. Pop en Marionet verdwenen naar kermissen en verloren de status en glans van de oude poppenopera’s.


   
Pinokkio - Italiaanse Pop - Pulcinella

Concurrentie
In de twintigste eeuw kregen de poppentheaters concurrente van de nieuwe media film, radio en later televisie.  Vertoningen van poppenspelen leken achterhaald in een tijd waarin filmbeelden, weliswaar in een geheel andere vorm, de kijkers verhalen kon vertellen en beelden liet zien in velerlei variaties.
Toch bleven de echte poppenspelers aan de slag. Eén van hen is Jim Henson. Hij was vastbesloten marionetten- en poppenshows te maken voor een groot publiek. Hij creëerde in de jaren zestig de Muppets, een samentrekking van de woorden Marionetten en Puppets. Zijn ideaal  was met zijn Muppets een televisieprogramma te maken en de poppen te verbinden met kinderen en volwassenen. Met zijn Muppet Show is hij daarin wonderwel geslaagd.



Poppencultuur blijft in beweging
Ondanks mindere jaren zijn poppen en marionetten nooit verdwenen. Zo bleken film en televisie geen gevaarlijke concurrenten. Henson toont dit aan door zijn eigen kunstvorm te mengen met massamedia. Zoals andere kunstvormen zich mee veranderen in de ontwikkelingen en invloeden van de tijd, geldt dit eveneens voor het poppentheater.
Poppenspelers blijven bestaan en doorgaan. Er is nog altijd publiek voor deze geliefde kunstvorm. Als de poppenspeler de poppen, objecten en figuren goed weet te bespelen, verliest het poppenspel geen terrein aan moderner vermaak.



Informatiebron; Isgeschiedenis.nl   

For Sale grote collectie Postcards met Poppentheater